Den Haag vervulde in Nederland een voortrekkersrol wat betreft de tram. In 1864 had Den Haag de primeur: de eerste paardentram in Nederland reed tussen de Kneuterdijk en Scheveningen. De lijn lag grotendeels tussen de bomen van de Scheveningse weg, dezelfde route die de trams vandaag de dag nog naar Scheveningen volgen.
Vanwege de ligging aan zee is de railverbinding met de badplaats Scheveningen is altijd al kenmerkend geweest voor Den Haag aan zee. In de loop der jaren zijn vele verbindingen tussen Den Haag en Scheveningen tot stand gekomen. Zo reed ook de eerste stoomtramlijn in Nederland tussen de residentie en de badplaats. Deze stoomtramlijn, de later zo bekende Blauwe Tram, werd in 1879 geopend en reed vanaf het toenmalige Rhijnspoorstation.
In de daaropvolgende jaren werd het net van paarden- en stoomtramlijnen verder uitgebreid. Alle tramlijnen werden geëxploiteerd door particuliere ondernemingen, waaronder ook enkele buitenlandse. In 1887 werd de N.V. Haagsche Tramweg-Maatschappij (HTM) opgericht. HTM nam geleidelijk de exploitatie van de Haagse stadslijnen en de tram naar Delft over. De stoomtramlijnen Leiden – Voorburg – Den Haag en Den Haag SS – Scheveningen gingen later over in handen van de Noord-Zuid-Hollandsche Tramweg-Maatschappij (NZH).
HTM verving in 1887 de paardentram naar Delft door een stoomtram. Elektrische trams waren er toen nog niet in Nederland, maar het was wel HTM die hiermee ging experimenteren. In 1890 werden er al elektrische trams gebouwd, die de stroom uit meegevoerde accu’s betrokken. Zij reden de route vanaf het Plein via de Koninginnegracht naar het Kurhaus, de latere lijn 9. Deze nieuwe tractievorm moest een geduchte concurrent worden van de stoomtram naar Scheveningen. De accutrams hebben met name ‘s zomers dienst gedaan tot 1904. Een groot succes waren ze niet; ze maakten nogal veel herrie en vergden veel onderhoud.
Al in 1895 had HTM plannen om het net van paardentramlijnen te elektrificeren door middel van stroomvoorziening via een bovenleiding. Daarover zou echter nog jaren met de gemeente onderhandeld worden. De Haagse gemeenteraad benoemde voor dit projcet zelfs een speciale 'Tramcommissie'.
© Haags Openbaar Vervoer Museum, oktober 2000